Oefening 1

Oost, west, thuis tikt het klokje het best.

Correct! Fout!

Er worden hier twee spreekwoorden door elkaar gehaald.

Vermoedelijk moeten de leerling morgen misschien toch naar school.

Correct! Fout!

Hier worden twee woorden met dezelfde betekenis, 'vermoedelijk' en 'misschien', achter elkaar gebruikt.

Wij hebben ook zo'n houten boomstam in de voortuin.

Correct! Fout!

Een boomstam is altijd van hout. Je hoeft het bijvoeglijk naamwoord daarom niet op te schrijven. Een ander bekend voorbeeld is 'witte sneeuw'.

Als ik vanmiddag thuis kom, ga ik dat meteen nachecken.

Correct! Fout!

'Nachecken' is een contaminatie van de woorden 'nakijken' en 'checken'.

Hij moet niet meer zoveel hooi op zijn schouders nemen.

Correct! Fout!

Er worden hier twee spreekwoorden bij elkaar gevoegd.

Die plakkerige kauwgom blijft nog dagen onder de tafel zitten.

Correct! Fout!

Kauwgom is altijd plakkerig. Je hoeft het bijvoeglijk naamwoord daarom niet op te schrijven. Een ander bekend voorbeeld is 'witte sneeuw'.